Wat wijsheid uit boeddhistische tradities me brengt...
‘Een dag zonder werk is een dag zonder eten’ merkte een Zenmeester eens op. Mijn Calvinistische voorouders zouden bij het horen van dit adagium goedkeurend geknikt hebben. De opmerking was echter niet bedoeld om leken aan te sporen tot werk, maar richtte zich op boeddhistische monniken. Het verrichten van arbeid is onlosmakelijk verbonden aan het leven, en het biedt een breed scala aan mogelijkheden tot groei. Ook, en misschien wel juist voor meer spiritueel ingestelde types.
Of je nu werkt om te leven of leeft om te werken: plezier hebben in werk en groei ervaren zijn een groot goed. De meeste mensen streven naar plezierig werk waarin ze gelukkig kunnen zijn. Deze wens om diepgaand geluk te ervaren ligt ten grondslag aan het boeddhisme. Deugdzaam handelen, kalmte en wijsheid dragen hieraan bij, zo stellen boeddhistische tradities vast. We kunnen deze eigenschappen vormgeven en oefenen in onze manier van spreken, in ons handelen, in ons werk, in hoe we energie, aandacht en concentratie richten, in ons begrip van de dingen om ons heen en in onze vastberadenheid. In de verschillende boeddhistische scholen worden allerlei praktische aanwijzingen gegeven die hieraan bijdragen. Veel daarvan zijn nog verrassend bij de tijd. Ik zie het als een uitdaging om deze instrumenten toe te passen in de vraagstukken die zich 2500 jaar na het ontstaan van het boeddhisme voordoen.
|